De traditionele vorm van ontwikkelingssamenwerking behoort tot het verleden. Daarover bestaat nauwelijks meningsverschil. Niet alleen in Nederland zelf; ook de Zuidelijke landen laten weten, dat het zo niet verder kan. Sprekende voorbeelden zijn de econoom Dambisa Moyo, met haar bestseller ‘Dead Aid’ en president Paul Kagame van Rwanda, die constateert dat afhankelijkheid van hulp het zelfrespect ondermijnt en liever inzet op ondernemerschap.
Hoewel die kritiek an sich terecht is, heeft deze als onterecht neveneffect dat het publieke en politieke draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking vermindert. Daarnaast wordt het debat over ontwikkelingssamenwerking overschaduwd door de economische crisis en de politieke noodzaak tot het maken van financiële keuzes. Zo dreigt een zaak van mondiaal belang een makkelijke prooi in de bezuinigingsdrift te worden. Wegsaneren van een ‘kostenpost’ zonder dat de Nederlandse burger direct de gevolgen voelt. Zonder dat wordt afgevraagd wie dat ‘buitendijks’ wel voelen. Zo leidt de economisch crisis ook tot een morele crisis!
De discussie wordt vooral gevoerd over de vraag of men zich al dan niet wil bekennen tot ontwikkelingssamenwerking als vorm van mondiale solidariteit. Daarmee wordt echter voorbij gegaan aan modern ontwikkelingsbeleid als een kans voor mondiale samenwerking op het gebied van duurzaamheid en publieke goederen als klimaat, water, en energie, mensenrechten, voedsel, etc . Juist nu de urgentie voor zo’n verandering hoog is, nu de wereld zo interdependent is geworden, juist nu kunnen de inzichten en ervaring van Nederland in het mondiale debat niet worden gemist. Nederland wordt alom gerespecteerd als kritische, maar loyale en betrouwbare partner van vele ontwikkelingslanden. En heeft daardoor een invloedrijke positie bij andere donorlanden, waarmee wordt opgetrokken.
Nederland plukt ook direct en indirect zelf de vruchten van ontwikkelingssamenwerking. Daarmee verdienen we een plaats in multilaterale overlegorganen, zoals in de Verenigde Naties en de G 20. Zo resulteert de Nederlandse inspanning in ontwikkelingssamenwerking ook een investering met een grote economische, commerciële politieke en culturele betekenis.
Door op dit moment de financiële en inhoudelijke bijdrage aan ontwikkelingssamenwerking te verminderen isoleert Nederland zichzelf in het internationale veld en ondermijnt zij haar positie als mondiale speler. En daarmee haar invloed op de ontwikkeling van nieuwe ontwikkelingsstrategieën.
Men zou kunnen stellen dat ontwikkelingssamenwerking is geëvolueerd tot internationale samenwerking. Door haar richtinggevende rol in ontwikkelingssamenwerking in te nemen blijft Nederland een belangrijke speler in de politieke besluitvorming over publieke goederen in de multinationale gemeenschap. En kan zo haar verantwoordelijkheid nemen in de internationale gemeenschap. Nederland versterkt zo haar invloed in de internationale fora over klimaatverandering, milieubescherming, duurzame ontwikkeling, migratie, conflictbeheersing en internationale veiligheid.
De leden van de Derde Kamer 2015 dringen er derhalve bij de politici, de kandidaat leden van de Tweede Kamer op aan onverminderd door te gaan met de politieke, economische en sociale steun aan de internationale gemeenschap en constructief bij te dragen aan het omvormen van de oude stijl van ontwikkelingssamenwerking tot een nieuwe vorm van gelijkwaardige mondiale samenwerking.
Namens alle leden van De Derde Kamer 2015
Niek Jaspers en Pieter Pauw
» download reactie_open_brief_derde_kamer.pdf